Geschiedenis

In 1931 werd tot de oprichting besloten van een nieuwe parochie in het havengebied. Na de officiële erkenning op 31 december 1932 en de vastelling van de parochiegrenzen, werd architect Jozef Viérin uit Brugge aangezocht om de kerk te ontwerpen. Na de gebruikelijk weg via stad en Kommissie voor Monumenten en Landschappen, kon de Brugse firma " Bouwwerken Priem", eind 1934 met de bouwwerken starten.

Op 12 juli 1936 kwam bisschop Mgr. Lairoy de gedenksteen in de gevel wijden. De kerk zelf werd plechtig gewijd op woensdag 14 april 1937 om11.30. Onder massale volkstoeloop en in aanwezigheid van onder andere burgemeester Victor Van Hoestenberghe, schepen Vandepitte,Geuns en Viérin,volksvertegenwoordiger De Bruyne en de kanunniken Logghe en Hoornaert,mocht pastoor Keuckelinck, de eerste herder van de parochie, de eerste Heilige Mis opdragen. Het koor van de kapucijnen voerde liturgische gezangen uit Pas op zondag 30 oktober kon voor het eerst de enige klok luiden die de kerk bezit. De klok was afkomstig van de klokkengieterij J. Michiels uit Doornik. Het orgel werd geleverd door de firma Anneessens-Tanghe uit Menen.

Voor het kerkmeubilair zorgde Antoon De Waele. Het hoofdaltaar is een geschenk van de bekende juffrouw De Man uit Varsenare, terwijl de zijaltaren geschonken werden door de families Ernest van Caloen ( ter ere van Onze-Lieve-Vrouw ) en Coppieters ( ter ere van Sint-Jozef ). Het torenuurwerk werd geleverd door de firma Amborst.

Pastoor Edward Keuckelinck werd geboren in het West-Vlaamse Waasten op 6 juni 1890. Na zijn studies aan het seminarie werd hij in Brugge tot priester gewijd op 18 december 1915, dus n volle oorlogstijd, Hij werd eerst tot leraar aangesteld aan het Sint-Leocollege in Brugge en werd op 1920 medepastoor op de volkrijke Sint-Annaparochie.Op 24 augustus 1931 word hij met de oprichting van de " sint-Jozefparochie " belast.

Op 10 januari 1932 volgt dan zijn plechtige aanstelling als pastoor. De pastorie is achtereenvolgends gevestigd langs de Koolkerksesteenweg, De ronsaardbekestraat 130 en uiteindelijk is de nieuwe pastorie klaar. Tijden die vooroorlogse tijden ijverde de pastoor onvermoeibaar om zijn parochie uit de grond te stampen: de kerk, de school, de parochiezaal, het moest er nog allemaal komen, naast het parochiaal verenigingsleven dat nog onbestaande was. Onvermoeibaar heeft hij zich 28 jaar lang voor zijn parochie hij zo trots was, ingezet. Op 10 augustus 1956 nam hij op 66-jarige leeftijd rust en vestigde zichlangs de Verwersdijk 20 in Brugge. Hij overleed aldaar op 15 december 1966.

Zijn we over de dorpsmolen van Koolkerke niet zo rijk ingelicht, dan weten we des temeer te vertellen van de Pannenmolen, gelegen op Sint-Jozef langs de Dudzeelse Steenweg. Oorspronkelijk stond de Pannemolen op een terrein dat behoorde tot het Ambacht van Dudzele. In 1447 behoorden daar ook volgende molens toe de Eekemolen, de Westmolen en Oostmolen. Alleen de molen van Ramskapelle behoorde aan Joannes de Baenst. In 1336 is er van een andere molen sprake, namelijk de Riecelemolen, die in de buurt van Kruisabele stond. Dan was er ook nog de Bergmolen die tot het kasteel "Ten Bergen" behoorde. De Pannemolen moet omstreeks 1440 opgericht zijn door de heer van Dudzele. Die situatie bleef bestaan tot 1784 toen Louis Errembout, heer van Dudzele, de molen in cijns gaf aan Jozef Plasschaert, een van de eigenaars van de molen. Op 19 maart 1784werd de Pannemolen verkocht aan Jan Sarlet die de Dorpsmolen op Koolkerke bewoonde. In 1797 werd de Pannemolen, die toen nog een staakmolen was, verkocht aan Charles De Vlieder, zoon van de molenaar op Sint-Kruis. In 1844 werd hij door zijn zoon Johannes De Vlieder opgevolgd. Hij had maar één kind, een dochter.

Nog een bekende handelszaak die uit het beeld van de parochie verdween, is de spekslagerij van August Paepe. De zaak werd opgericht in 1938 toen het huis op de hoek van de Ter Looigemweg met de Rontsaertbekestraat werd gebouwd. De spekslagerij werd overgenomen door Willy Meerschaert wanneer August Paepe de pensioengerechtigde leeftijd bereikte. Waar veel volk komt wonen, dagen de handelaars op. Op de hoeK van de Ronsaertbekestraat-Ter Looigemweg werd in 1930 de kruideniers-en zuivelhandel van de firma Cocquyt uit Dudzele gebouwd. De zaak werd vanaf 1938 door Gaston Timmerman en zijn vrouw Marie-Louise Mostaert uitgebaat. Alles was er steeds kraaknet en men verkocht er topkwaliteit. Onze opname datert van 1948. De zaak ging dicht toen Gastoin op pensioen ging. In de winkel had Marie-Louise het voor het zeggen; Gaston deed de melkronde.

De grote concurrentie bij de kruideniers was ongetwijfeld de zaak van Jozef Van Ryckeghem, gelegen op de hoek van de Kitteldreve en de Bloemenstraat, nu Koetelwijk. Het huis werd opgericht in 1932 en de winkel werd door echtgenote Angèle Bonte geleid. Ondanks de opvoeding van de vier kindern, was ze een geliefde verschijning in haar drukbeklante winkel. De zaak werd in 1979 opgedoekt. Jozef Van Ryckegem was ook tewerkgesteld als hoofdkaaimeester bij de MBZ.

Een herberg die vroeger geweldig floreerde was In de Frissche Sparre, gelegen op de hoek van de Dudzeelse Steenweg en de Graaf de Muelenaerelaan, beter bekend als de Kitteldreve. De herberg werd uitgebaat door Luis de Ketelaere. Naast herbergier was hij ook werkzaam in de haven, waar hij de leiding had bij de sparrenschepen. Die schepen, die uit Scandinavië en zelfs uit Letland kwamen, brachten hele ladingen sparren mee, dienstig voor de Belgische steenkoolmijnen. Hier werden ze gelost en verzaagd. In de herberg van de Ketelaere konden de arbeiders op zondagmorgen hun loon komen ophalen. Onnodig te zeggen dat vaak heel wat loon in de schuif van de Ketelaere terecht kwam ingevolge het drankmisbruik dat toen welig tierde. Het was ook van belang om bij De Ketelaere op een goed blaadje te staan : in zijn herberg werden immers arbeiders voor de sparrenschepen gemonsterd. De herberg was ook het lokaal van de Christelijke Dokwerkers die geleid werd door pater Luciaan en pater Tillo van de Schipperschool.

Nog een herberg, maar dan gelegen langs de Koolkerkse Steenweg, was café Oscar. De herberg werd in 1930 door Guillaume Blomme gebouwd. De uitbaters waren toen Oscar Dewispelaere en Pharaïlde Blomme.

In het café was het lokaal gevestigd van een bloeiende boldervereniging van krulbolders. Rechts van het café was de kolenhandel van Arthur de Clerck gelegen. Arthur vertrok ‘s morgens vroeg met paard en volgeladen kar en kwam met een lege kar huiswaarts. Achter de huizen die we op de foto zien, stonden de huisjes van het ‘t Slagstjie waarvan de toegang naast het huis uiterst rechts was gelegen.

Toen de parochie Sint-Jozef er nog niet was bleef de prijs van de bouwgrond op Koolkerke aan de lage kant. Bruggelingen bouwden er een buitenverblijf. De komst van de talrijke rijen arbeiderswoningen, vooral die van aannemer de Bourgh, remde de villabouw onmiddellijk af. Op de hoek van de Kitteldreve en Ter Looigemweg bouwde de familie Louis Schelpe deze standingvolle villa in 1926. Schelpe was een bekende kolenhandelaar en zijn tweede echtgenote Cecile Vandepitte was de dochter van de Brugse schepen die langs het Fort Lapin woonde. Destijds paalde de grote tuin aan de Ronsaertbekestraat maar inmiddels werd daarvan een stuk verkaveld en werden er autoboxen ingeplant . Inmiddels is de eigendom overgegaan in handen van de twee families en is het uitzicht ook enigszins gewijzigd.